https://emile.nu/redactie/rubriek-3-mijn-naaste-omgeving-en-ik/l141c3

Terug naar al 't nieuws

Rubriek #3: Mijn naaste omgeving en ik

In de eerste paar weken van de lockdown had ik mijn moeder aan de telefoon: ‘Ik voel me heel ziek, ik lig op bed met koorts en ik kan geen eten binnenhouden.’ Ik vroeg haar of ze nog meer klachten had, maar ik kon het door de telefoon al horen: ze hoestte hevig. Verder vertelde ze me dat ze wel een beetje benauwd was. Aan de telefoon schrok ik erg, ik besefte me opeens dat er waarschijnlijk corona heerste in mijn naaste familie. Gelukkig kon mijn moeder een test krijgen, want ze werkt als verpleegkundige in de thuiszorg. De test bleek positief en mijn familie ging in quarantaine. Gelukkig kreeg de rest van de familie geen klachten. In de week dat mijn moeder ziek werd, had ik mijn ouders nog een bezoekje gebracht. Mijn huisgenoten en ik besloten om ook in quarantaine te gaan en ik kon gelukkig direct vervanging regelen voor mijn cliënten.

Zelf woon ik een studentenhuis, wat niet helemaal op die manier is ingericht. Het was onduidelijk of we één huishouden waren. Zo wonen in het huis tweeëntwintig studenten, van wie je met één huisgenoot de sanitaire voorzieningen en keuken deelt. Met zes huisgenoten ga ik heel intensief om. Tijdens de lockdown stonden wij voor het dilemma om wel of niet met elkaar om te gaan. Wij kozen ervoor om wel met elkaar om te blijven gaan. Als we alleen elkaar zagen en verder geen andere mensen was de kans op besmetting klein. Maar we bleven en blijven nog steeds goed op onze gezondheid letten en zodra iemand klachten ontwikkelt gaat deze persoon in quarantaine op zijn eigen kamer.

Ik vroeg aan mijn huisgenoten wat zij ervan vinden dat ik in de zorg werk, huisgenoot A: ‘Het brengt wel een risico met zich mee, omdat jij met kwetsbare ouderen werkt. Dus dan heb je wel zoiets van: stel dat jij ziek wordt door mij en jij besmet jouw cliënten, dan heb ik dat straks op mijn geweten. Daarom ben je wel iets voorzichtiger.’ Huisgenoot B: ‘Ik heb liever dat de rest van de huisgenoten gewoon gebruik maakt van zijn eigen wc, zodat er niet te veel in- en uitloop is.’ Zo werden er in bepaalde zaken wel grenzen getrokken. En deze grenzen moeten we blijven trekken, want we moeten er samen doorheen en we moeten er samen voor zorgen dat we de risicogroep sparen.

Deze week was ik weer aanwezig bij een fysiek teamoverleg in een ruimte waar we de afstand konden waarborgen. Ik besprak met mijn collega’s hoe onze omgeving omging met ons als zorgmedewerkers. Collega A: ‘Bij mijn dispuut doet iedereen alsof er geen corona meer bestaat. Ik word raar aangekeken als ik zeg dat ik niet naar bepaalde activiteiten kom. Dat vind ik echt raar, want ik vind het heel belangrijk om afstand te houden.’ Bij collega B is het anders: ‘Mijn omgeving en ik blijven echt anderhalve meter afstand van elkaar houden.’ Bij andere collega’s werd de afstand niet altijd gewaarborgd. Het blijft lastig om keuzes te maken in wat je wel doet en wat je niet doet.

Toch is het belangrijk om onszelf de vraag te blijven stellen: hoe gedraag ik mij in mijn privéleven?